De avond voor het NK Cross ontving ik het boek van Marti ten Kate, ‘Oerend Hard’. Voordat ik ging slapen bladerde ik het op mijn hotelkamer nog even door en las ik het voorwoord. Een collega-atleet vertelde dat hij Marti altijd associeerde met twee woorden: ‘moe kunne’. Telkens als Marti een goede prestatie neerzette of besloot om in een training er nog een schepje bovenop te doen, sprak hij droog deze twee woorden uit. Je zou deze uitspraak misschien wel kunnen definiëren als de Nederlandse verbastering van de slogans van Nike (Just do It!) en Adidas (Nothing is Impossible). De lading van de woorden was namelijk dat alles wel mogelijk is en je er gewoon voor moet gaan. Dat waren dan ook de woorden die tot de lezer werden gericht bij het afsluiten van het voorwoord.
Ik heb deze woorden niet lang onthouden; toen ik het boek weglegde was ik het alweer vergeten en een dag later tijdens het NK Cross dacht ik er al helemaal niet meer aan. Maar het leek wel alsof deze woorden de één of andere manier in mijn gedachte waren neergedaald en de volgende dag van pas kwamen. De race op het NK Cross die ik die zondag neerzette, vertoonde namelijk verrassend veel gelijkenis met de boodschap van Marti!
Het NK Cross-Weekend begon op zaterdagmiddag 28 februari om 15.00u. Met het TDR-team gingen we het parcours verkennen en onze teamgenoot Pip Tesselaar aanmoedigen in zijn race bij de masters. Tot mijn opluchting bleek dat, ondanks de geringe regenval, het gedeelte rond de start- en finish er modderig bij lag. Ik ben namelijk een echte modderloper. En naast het feit dat ik ervan hou om door de modder te lopen, levert het me toch ook al gauw een voordeel op ten opzichte van de concurrentie. Zeker niet onbelangrijk op een Nederlands Kampioenschap! Het weerzien met het parcours leverde verder weinig bijzonderheden op, aangezien ik het vorig jaar al uitgebreid belopen had. Met Wesley liep ik even een half uurtje en vervolgens was het tijd om Pip aan te moedigen. Helaas verkeerde hij niet in een goede vorm en kon hij zijn wens om Nederlands Kampioen te worden niet waar te maken. Nu moest hij genoegen nemen met de bronzen medialle bij de masters 35.
Daarna gingen we naar het Van de Valk Hotel in Gilze-Rijen, bij de vliegbasis. Een mooi hotel met goede kamers en ook goede kussens! Normaal is dat namelijk een probleem bij hotels. De kussens zijn zo zacht/slecht dat je niet goed slaapt. Hier was het gelukkig wel goed geregeld. Het eten in het restaurant van het hotel was ook lekker. Vorig jaar had ik tofu gekozen en die viel erg tegen, maar de ‘wokkip’ (hoe kom je erop!), aanbevolen door Martin Lauret, bleek zeker niet tegen te vallen! Het was lachen aan tafel met leuke gesprekken en toen we terug naar de kamer gingen was het al 22.00 uur. Alweer bijna tijd om te gaan slapen.
De volgende ochtend trokken we om 08.15 uur de loopschoenen weer aan voor een klein rondje (Zoals te zien is in de reportage op TDR-tv). De spieren werden nog even losgemaakt en we pakten al een heel gedeelte crossterein mee (het bos werd namelijk omgeploegd en dit zorgde voor een grote zandmassa!). De spieren voelden goed aan en ik liep lekker soepel. Ook was de vermoeidheid/dufheid die ik zaterdag had vrijwel weggetrokken. Ik was klaar voor het NK Cross! Vervolgens gingen we ontbijten en tijdens het ontbijt nog een leuk gesprek met Guido (m’n trainer) over talent en het omgaan met wedstrijdspanning. Altijd leuk om over atletiek te praten. Op de hotelkamer nog even op bed gelegen, wat tv gekeken, informatie over de wedstrijd doorgelezen en muziek geluisterd.
Om 12.30 uur vertrok vanaf een zonnige parkeerplaats een auto met daarin, naar later bleek, zeer succesvolle atleten: Christian de Lie, Robert Ton en Alwin Groen gingen, op de klanken van Metallica, op weg naar het NK Cross! Daar aangekomen waren we ruim op tijd voor het meldbureau en namen we de startnummers in ontvangst. Een eerste blik op het terrein toonde de Jongens A in actie met daarbij teamgenoot Wesley Pauel. In de grote tent trof ik Rens Dekkers, die ik na lange tijd weer eens tegenkwam. Voor de rest zag het NK eruit als een gezellig evenement met bij de start en de hoogste heuvel heel wat publiek.
Ik begon al op tijd met inlopen, om vroeg genoeg bij de start aanwezig te zijn. Het parcours lag er nog net iets modderiger bij dan de dag ervoor. Prima! Ik spaarde mijn duurloopschoenen niet en ragde ze eens lekker af door de modder! Je doet het inlopen goed of je doet het niet!
Ook ging ik nog even over de bospassages met daarin de heuveltjes en mocht daar zelfs nog even proefdraaien voor de camerabeelden van de NOS. Het opgaan van de heuveltjes voelde goed aan en ik had echt zin om van start te gaan! Helaas was het nog even wachten, omdat ik zo vroeg was begonnen met inlopen. Maar om 14.35 uur zaten dan eindelijk de crosspikes (met 12mm punten) onder mijn voeten en was ik klaar om te gaan! Nog wat versnellingen op het drassige startterrein en vier minuten voor de start nam ik positie aan de linkerzijde van de brede startlijn.
Ik was goed gefocusd op de start. In mijn hoofd had ik namelijk het doel om in de top20 te lopen bij dit NK en ik verwachtte dat ik daarvoor toch minstens bij de eerste 35 van de 80 deelnemers moest starten. De start is normaal gesproken mijn zwakke punt, dus de juiste focus was zeker vereist om de doelstelling al niet te zien stranden na de eerste 100 meter! Zoals ik in een interview in het clubblad van AV Nova al zei: "Nu mis ik vaak de aansluiting; mijn start kan ik verbeteren omdat ik vaak niet zo snel weg ben. Vooral bij crosswedstrijden waar veel lopers aan de start staan. Zit je in het begin in de achterhoede, dan zijn de eerste jongens al weg en dan haal ik ze niet meer bij."
Dan valt het startschot en ik ben weg! Geen gebeuk naast me en ik kan nu eens een keer lekker mijn eigen spoor volgen. Er loopt niemand voor mijn voeten en ik heb heerlijk de vrijheid. Ik kan mooi krachtige passen maken en na 100m, als het flink smaller wordt, merk ik dat ik aan de kop van de wedstrijd zit! Allemaal snelle mannen om me heen: Gielen, Van den Hurk, Van Diepen, Van Hest. Het is echt een heerlijk gevoel en ik loop lekker mee. We gaan de modder in en ik kom hier met mijn pas heel goed doorheen. De voorsten gaan niet keihard weg en in hun spoor kom ik goed mee. Ik hoef niet mee te gaan met de kop en positioneer me vlak achter de kopgroep voor de plaasten 10 tot 15. Het gaat super en ik geniet echt van de aanmoedigingen van het publiek, dat zoals altijd het hardst klapt voor de eersten. Het voelt alsof ik al wat geflikt heb en ik denk in mezelf: ‘Ik zit er mooi wel bij gewoon, wow! Er is echter nog niks gewonnen, bedenk ik me. Dit is pas de eerste halve kilometer en als je straks na 10 kilometer bent teruggezakt naar de 35e plaats ben je een mooie klojo! De start is echter wel prima: snel tel ik de mannen voor me en ik merk dat ik op de 13e plaats lig. Stel dat er nog een paar overheen komen, dan ben ik ideaal op weg naar een top20 positie! Nu focussen…
Aan het einde van de kleine ronde passeert Patrick Stitzinger me, pas na zo’n 800m wedstrijd. ‘Dat is niet zo slim van je’ denk ik en van binnen moet ik bijna lachen dat ik gewoon voor hem zit. Het is onwerkelijk, maar op hetzelfde moment heb ik het gevoel dat ik op een grote wolkenkrabber zit en alles kan observeren en doen wat ik wil. Een geweldig machtig gevoel! Maar veel tijd voor dit soort gedachtes is er niet. We gaan de eerste van 4 blauwe rondes in en het lastige modderstuk breekt weer aan. Korte passen nu en ploegen door de modder. Vanachter haakt teamgenoot Christian de Lie bij me aan. Ik voel dat mijn benen wat zwaar worden en raak vermoeider. Toch te vroeg gepiekt? Nee, tuurlijk niet! Focussen en je mag best wat vermoeidheid voelen. Gewoon dood over die finishlijn komen en alles geven.
De heuveltjes in het bosgedeelte gaan me boven verwachting goed af. Ik heb het gevoel dat ik niet al teveel energie hoef te verspillen om bovenaan te komen. Waar Chris echt aanzet en probeert te versnellen, hanteer ik meer een tactiek van ‘heel blijven, soepel over de heuvels gaan en een constant tempo doordraaien’. Dit verloopt prima. Joost van den Ende weet ik met mijn constante tempo af te lossen en al snel is het groepje verworden tot een duo van Chris en mij. Chris heeft er zin in op de vlakke stukken en trekt hard door. Op deze stukken ben ik een stuk minder sterk dan in de modder en heb ik moeite om bij te blijven. Gelukkig zitten er ook nog een paar bochten in. En laat Chris daar nou net niet zo sterk in zijn; telkens bij de bochten sluit ik weer aan en gaan we samen verder. Na het vlakke gedeelte breekt de hoge heuvel aan. Ik en Chris gaan hier gelijk op. Zonder al teveel kracht te verspillen kom ik erop. In de laatste modderstrook van de blauwe ronde ben ik weer sterker dan Chris en pak ik de leiding over. Zo passeren we na een grasgedeelte de finish/doorkomst en gaan we de volgende ronde in, richting de modder.
Ik besef me goed dat ik nog drie rondes te gaan heb, maar laat me niet afleiden. Ik ben geweldig goed gefocust en draai een mooi constant tempo. Ik heb geen moeite om om te schakelen en de verzuring komt er niet in. Vele bekenden en teamgenoten van TDR geven enthousiaste aanmoedigingen en dit geeft vleugels! Ik verwacht dat nu van achteruit het veld toch wel wat mensen langszij moeten gaan komen, maar dit gebeurt niet. Ik en Chris houden positie en draaien het tempo lekker door. Ik aan de leiding op de moddergedeelten, Chris leidend op de vlakke gedeelten en op de heuvels gelijk op. Dit is ideaal: ik weet zeker dat wanneer ik alleen zou lopen, ik een stuk langzamer zou gaan op de vlakke gedeelten. En Chris wordt door mij weer meegetrokken in de modder. Voor ik het weet hebben we alweer een ronde gehad en zitten we op de helft van de race. Ik voel me goed en voel dat dit echt een topprestatie kan gaan worden. Het zal af gaan hangen van de slotfase. Knal ik in elkaar of gaat het zo verder?
Vanuit het publiek hoor ik dat ik op een 12e positie loop. Dit is echt super en geeft me de kracht om verder te gaan. Een top12 op een NK is iets waar ik zeker voor teken. Nu doortrekken! Na het moddergedeelte horen we bij de passage van trainer Guido dat ik en Chris ideaal samenwerken en zelfs inlopen op de mensen voor ons. Dat blijkt wel: na de twee heuveltjes passeren we Dennis Weijers, de nummer 8 van verleden jaar. Ik trek het tempo en we hebben Dennis er al snel afgerost. Daar waar ik de vorige ronde nog erg vermoeid was, lijkt het alsof ik nu veel minder moeite heb met de vlakke stukken. Dit moet gaan lukken! Nog maar een rondje en het vlakke gedeelte is geweest en de finish is in zicht. Na de heuvel en modderstrook passeren we de finish/doorkomst en horen we de bel luiden. Nog 2300 meter… Voor ons duikt alweer de volgende tegenstander op: Erik Negerman. In het moddergedeelte zet ik nog eens aan. Korte passen, goed optillen die benen en accelereren maar. Het lukt Erik echter om aan te haken en nu gaan we met zijn drieën het smalle pad op met de heuveltjes.
Chris heeft er nu echt zin in en probeert weg te komen. Bij allebei de heuveltjes zet hij aan en het wordt nu lastig om aan te haken. Het eerste heuveltje weet ik nog bij te blijven, maar bij de tweede moet ik Chris laten gaan. Nu merk ik het mentale effect: meteen word ik slapper en ik lijk mijn doel te verliezen. Meteen schakelt mijn lichaam een versnelling terug. Ik bedenk me echter snel genoeg dat ik nu hard door moet gaan: het is nog maar 1,5 kilometer! Ondertussen loop ik op de 9e plaats en ik wil absoluut die top10 positie binnen te halen. Dat is echt een prestatie die je wel op je erelijst bij wilt schrijven! Erik zit in mijn rug en met wat acceptabel bochtenwerk weet ik Chris in het visier te houden. Ik stel me nu in op het volgende: het beperken van de afstand met Chris, om zo de tegenstanders achter me af te lossen. Ik hoor namelijk twee mannen achter me en wanneer die mij passeren is de top 10 vergeven.
Ik weet me er nog even goed toe te zetten en beuk nog één keer de heuvel op. De afstand met Chris wordt zelfs kleiner. Dit is het! Nog even door: de laatste modderstrook. Weer loop ik in op Chris en het verschil slinkt naar minder dan vijf seconden. Ik ga de laatste bocht nog even vol door en besluit dan achterom te kijken of ik de eindsprint aan moet gaan. Wat blijkt: het ziet helemaal leeg! Dit kan niet meer misgaan. Ik houd het tempo nog 70 meter vast en de laatste 30 meter is het genieten. De handen gaan in de lucht, de lach komt op het gezicht en ik voel me oppermachtig. Echt een gevoel van: ‘Wat flik ik hier! Zomaar even de top10 van Nederland binnen lopen!’ Ik ga over de finishmatten en het voelt niet eens als een verlossing van de pijn, maar meer als een bevestiging van een lekkere race. Ik feliciteer Chris met zijn achtste plaats en bedank hem voor de goede samenwerking. We hebben samen toch wel een mooie prestatie geleverd!
Bij het uitlopen van de finishfuik wordt ik gelijk gefeliciteerd door een aantal mensen. Ik zie aan hun gezichten dat ze echt genoten hebben van mijn race en het is mooi om de mensen zo een goed gevoel te geven! Naast de eigen verdienste doe je het toch ook wel om de mensen te laten genieten van de mooie sport die hardlopen is. Dan is het erg leuk om je te realiseren dat je de mensen hebt vermaakt. Het goede gevoel blijft nog lange tijd hangen, tot dagen, wie weet weken na de wedstrijd. Want zo’n goed gevoel neem je mee naar de volgende wedstrijden. Je bent zelfverzekerder, durft hoger in te zetten, voelt je beter. Hopelijk heeft deze prestatie nog een goede invloed op al de komende wedstrijden!
Bij het bekijken van de uitslagenlijst wordt het goede gevoel in statistieken bevestigd: de nummers 10 -20 zaten bijna allemaal tijdens de 10km in Schoorl wel 30 sec – 75 sec voor me en nu heb ik ze allemaal verslagen. Het zijn zeker niet de minsten en het komt er op neer dat ik een hele zoot mensen voor de eerste keer in mijn carrière versla. Zo zie je maar weer waar één harde uithaal goed voor kan zijn.
Wanneer ik terugkijk en de prestatie probeer te verklaren, denk ik dat deze te wijten is aan een drietal factoren: ten eerste een geweldig goed focus (ik keek al wekenlang uit naar deze wedstrijd en had er heel veel zin in), ten tweede een prima start (mijn zwakke punt/nadeel zette ik om naar een voordeel) en ten derde bovenal een constante trainingsbelasting (na een blessure waardoor ik de maand december eruit lag, heb ik vanaf januari telkens weken van 130 km gedraaid (als er geen wedstrijd was), heb ik nooit een ochtendduurloop overgeslagen en heb ik het lange duurwerk hoog gehouden. Hierdoor kon ik het erg goed volhouden en viel ik niet terug). Naast deze drie hoofdfactoren spelen natuurlijk ook nog een heleboel subfactoren mee. En juist deze moeten goed zijn. Denk aan voldoende rust, het niet schuwen van heuvels, modderige bermen en mul zand tijdens duurlopen, die ene keer rustig trainen, het strikt houden aan je voedingspatroon, de goede verzorging van je materiaal (spikes, clubtenue), enzovoort. Want wanneer de basis top is en je er in slaagt om deze dingetjes allemaal goed op z’n plaats te hebben, dan valt alles samen en is de superprestatie een feit. En dan blijkt: Top20? Moe kunne! Het kan zelfs veel gekker!